AMSTERDAM - Kinderartsen in Nederland willen ruimere regels voor actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met zeer ernstige handicaps. Dat stelt kinderarts Eduard Verhagen namens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Sinds een paar jaar durven veel kinderartsen het vanwege nieuwe regelgeving niet meer aan om over te gaan tot actieve levensbeëindiging met medicijnen bij pasgeborenen. In plaats daarvan kiezen ze voor een omweg: ze laten het kind ‘versterven’.
Dat houdt in dat alle levensverlengende behandelingen worden gestaakt. De sondevoeding stopt, en de baby raakt langzaam uitgemergeld totdat hij uiteindelijk sterft aan de hongerdood. Dat kan soms wekenlang duren. ‘Voor sommige ouders is het heel moeilijk om dat aan te zien’, zegt Verhagen.
Ondraaglijk en uitzichtloos In de richtlijnen staat dat het leven van een baby alleen actief mag worden beëindigd als het kind op dat moment ‘ondraaglijk en uitzichtloos’ lijdt. Maar volgens kinderartsen gaat het juist vaak om ondraaglijk lijden in de toekomst. ‘Als je het kind op dat moment ziet, ligt het er vaak prima bij’, zegt Hans van Goudoever (Erasmus MC), hoofd van de grootste Nederlandse intensive care voor pasgeborenen. ‘Maar je wéét dat het binnen afzienbare tijd ondraaglijk gaat lijden. Bijvoorbeeld aan epilepsie, spasticiteit, longontstekingen, doofheid, blindheid, of andere zware geestelijke en lichamelijke handicaps.’
Verhagen: ‘Wij willen daarom dat de criteria worden uitgebreid met toekomstig ondraaglijk lijden.’ Volgens hem is een belangrijke meerderheid van de kinderartsen daar voor. >>>>>>>>>>>
volkskrant |