Er zijn nog van Q-koorts verdachte melkgeiten- en schapenbedrijven en er zullen mogelijk nog verdachte en besmette bedrijven bijkomen. Dat melden de ministers Verburg van LNV en Klink van VWS in een brief aan de Tweede Kamer. De bewindslieden verwachten een gunstig effect van de vaccinatiecampagne die op de geiten en schapenbedrijven plaatsvindt, maar benadrukken dat het niet zal betekenen dat er geen nieuwe humane infecties van Q-koorts meer te verwachten zijn.
Op dit moment zijn nagenoeg alle drachtige dieren op de met Q-koorts besmette melkgeiten- en schapenbedrijven geruimd. Op 77 bedrijven, waarvan twee melkschapenbedrijven, zijn in totaal in twee rondes ongeveer 45.000 drachtige dieren geruimd en daar zullen nog maximaal 1500 bokken bijkomen. Bokken moeten in principe worden geruimd tenzij de geitenhouder via tests laat aantonen dat deze vrij zijn Q-koorts. Een bok waarvan in drie tests is gebleken dat deze niet besmet is, mag op termijn weer voor de fokkerij worden ingezet.
Vaccinatie De deskundigen die de ministers Verburg en Klink adviseren stellen dat er voldoende aanwijzingen zijn dat een tijdige en volledige vaccinatie van alle melkgeiten en -schapen de kans op infectie met de Coxiella burnetii bacterie vermindert bij een meerderheid van de gevaccineerde dieren. Het zal de kans op abortus als gevolg van een infectie aanzienlijk verminderen en de uitscheiding van de bacterie bij een abortus sterk reduceren. Zij verwachten dat vaccinatie daardoor tot een grote risicovermindering voor de verspreiding van Q-koorts bacteriën zal leiden door de afname van uitscheiding. Het zal echter niet betekenen dat er dit jaar en ook in de volgende jaren geen humane infecties met Q-koorts zullen voorkomen.
Bacterie blijft aanwezig Door de epidemie van de afgelopen jaren zal de Q-koortsbacterie in delen van Nederland nog in ruime mate aanwezig is in het milieu en mensen kunnen ook hierdoor besmet raken. De bacterie kan jarenlang overleven in het milieu. Daarnaast kunnen mensen ook besmet raken door direct contact met besmette dieren. Dat kunnen ook andere diersoorten zijn dan geiten en schapen. Ook kunnen werknemers extra risico lopen op een infectie als zij onbeschermd in een besmet milieu werken. Of vaccinatie met een humaan vaccin voor dergelijke groepen een oplossing kan bieden, is onderdeel van de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad. Dat advies dient voor de zomer te verschijnen.
Andere besmettingsroutes Andere bronnen en nog onbekende besmettingsroutes zijn volgens de deskundigen ook niet uit te sluiten. Bij eventuele nieuwe clusters van humane gevallen waarbij er geen duidelijke link is met een besmet bedrijf is normaal gesproken bron- en contactonderzoek nodig om de bron te identificeren. Omdat die bron het hele milieu kan zijn, zullen de ministers Klink en Verburg het deskundigenberaad de vraag voorleggen in hoeverre bron- en contactonderzoek in deze gevallen een rol kan spelen.
agriholland |