Van de vaccins die in Vlaanderen in het basisvaccinatieschema worden gebruikt, bevat alleen het mazelen-bof-rubella vaccin sporen van kippeneiwit. Verschillende studies hebben evenwel aangetoond dat kinderen die allergisch zijn voor kippeneiwit zonder problemen kunnen worden ingeënt met dit vaccin.
Voorzichtigheid is wel geboden bij kinderen die in het verleden hevige reacties (zwelling van de mond, oogleden en keel, kortademigheid, ...) ondervonden hebben na het eten van eieren. In dat geval zal de vaccinatie bij voorkeur in een ziekenhuis worden uitgevoerd waar in geval van nood direct kan opgetreden worden.
Vaccins tegen griep,gele koorts en Hepatitis-B die niet tot het basisvaccinatieschema behoren maar in sommige omstandigheden wel aanbevolen worden, bevatten meer kippeneiwit. Hier is voorzichtigheid geboden voor alle kinderen die allergisch zijn voor eiwitten,ook wel Serumziekte genoemd. Wanneer het kind Serumziekte heeft kan dit zeer ernstige complicaties geven waarbij de organen kunnen beschadigen.
Sommige vaccins bevatten restsporen van een antibioticum dat tijdens de productie van het vaccin wordt gebruikt. Het soort antibioticum dat gebruikt werd, staat vermeld op de bijsluiter. De vaccins die opgenomen zijn in het basisvaccinatieschema kunnen het antibioticum neomycine, streptomycine en/of polymyxine B bevatten.
De ouders vermelden best aan de arts aan welk soort antibioticum en in welke mate hun kind allergisch is. Ook hier zal de arts die de vaccinatie toedient geval per geval moeten bekijken of de vaccinatie niet beter in een ziekenhuis gebeurt om bij een ernstige reactie onmiddellijk te kunnen optreden.
nieuwsbladLabels: Bijwerkingen vaccinatie, HepatitisB |