De Universiteit van Kopenhagen start in september een onderzoek naar de relatie tussen bierconsumptie en buikomvang. De bierbuik doet vermoeden dat deze dikke naar voren uitpuilende buik ontstaat door de consumptie van bier. Maar of dit daadwerkelijk zo is, is nooit uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Het onderzoek is een initiatief van Kennisinstituut Bier.
Professor Arne Astrup van de universiteit van Kopenhagen zette in zijn lezing tijdens het openingssymposium van Kennisinstituut Bier uiteen waarom hij vraagtekens zet bij de vermeende relatie tussen bier en buikomvang.
Abdominale obesitas – veel vet in de buik – verhoogt de kans op het krijgen van het metabool syndroom. Het metabool syndroom is een cluster van afwijkingen waaronder een verminderde insulinegevoeligheid, hoge bloedruk en een verlaagd HDL-cholesterolgehalte, het ‘goede’ cholesterol.
Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar het effect van alcoholconsumptie op het metabool syndroom. Maar de onderzoeken die gedaan zijn lijken erop te wijzen dat matige alcoholconsumptie beschermt tegen het metabool syndroom. Dit effect lijkt vooral op te treden bij wijn en bier en in mindere mate bij sterke drank.
De aanwijzing dat matig alcoholgebruik, dus ook matig biergebruik, juist beschermt tegen het metabool syndroom en het feit dat uit experimentele studies blijkt dat matig alcoholgebruik de insulinegevoeligheid en de concentratie van het ‘goede’ HDL-cholesterol juist verhoogt zetten vraagtekens bij de vermeende relatie tussen bierconsumptie en de bierbuik.
gezonderworden |