AMSTERDAM - Huisartsen hebben steeds meer patiënten, die zij in steeds minder tijd moeten behandelen. In de periode tussen 1987 en 2001 is het aantal patiënten per arts met 10 procent gestegen en ook nam het aantal contactmomenten tussen arts en cliënt toe. Opvallend, want het aantal werkuren per huisarts is in dezelfde periode gedaald van 53 naar 44 uur per week.
De huisarts verleent dus meer zorg in minder tijd, zo concludeert onderzoeksbureau NIVEL. Voornaamste oorzaak van het minder aantal werkuren is de komst van de huisartsenpost, deze neemt de avond-, nacht- en weekenddiensten van de huisarts over. Daarnaast regelt de dokter tegenwoordig meer vanuit de praktijk, want er worden minder visites gereden en meer consulten worden per telefoon afgehandeld. Ook het aantal huisartsen dat deeltijd werkt is toegenomen. In 1987 werkten vooral vrouwelijke artsen deeltijd, tegenwoordig wordt er door zowel mannen als vrouwen minder uren per week gewerkt. De verhoogde werkdruk wordt vaak toegeschreven aan de zogenaamde ’feminisering’ van het beroep, ten onrechte volgens het onderzoek. Want ook steeds meer jonge mannelijk huisartsen werken vaker deeltijd.
De huisartsenpost blijkt voor veel huisartsen een geschenk uit de hemel. Door de post hoeven artsen tot wel 70 procent minder tijd aan diensten buiten de normale werktijd te besteden. Het uitbesteden van veel taken bereikt echter vaak niet het gewenste resultaat. Want ondanks dat anderen veel werk overnemen, blijkt dit de werkdruk van de huisarts lang niet altijd te verminderen. Gevolg is dat de kwaliteit van de zorg regelmatig te wensen overlaat. Door tijdgebrek worden verplichte richtlijnen niet altijd opgevolgd. Sterker nog: de extra tijd die bepaalde voorschriften soms vragen, blijkt de belangrijkste reden om een richtlijn niet te volgen.
telegraaf |