Kind en Gezin start vanaf 2011 met oogscreening in de provincie Limburg voor alle kinderen van één of twee jaar een oogscreening. Met de oogscreening wil Kind en Gezin de meeste afwijkingen die aanleiding geven tot het ontstaan van een 'lui oog' (in medische termen amblyopie) opsporen bij jonge kinderen. Op die manier kan een behandeling vroegtijdig gestart worden vooraleer amblyopie zich ontwikkelt. Een lui oog of amblyopie is de meest frequente oorzaak van verminderd zicht bij baby en kind (ongeveer 5 à 6%). Een lui oog kan al op zeer jonge leeftijd ontstaan en het gaat niet vanzelf over. In de hersenen worden de beelden uit beide ogen verenigd tot één beeld. Dit vermogen ontwikkelt zich in de eerste levensjaren. Als er tijdens deze periode een verschil in sterkte is tussen beide ogen, ontvangen de hersenen twee beelden die niet even scherp zijn. Het afwijkende oog wordt dan uitgeschakeld door de hersenen en kan zich hierdoor niet goed ontwikkelen.
Factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van een lui oog zijn ondermeer erfelijke aanleg, strabisme (scheelzien) en oogafwijkingen zoals bij- of verziendheid.
Het risico op het ontwikkelen van amblyopie is het hoogst in de eerste 2 tot 3 levensjaren, maar kan optreden zolang de visuele ontwikkeling verder gaat, tot 7 à 10 jaar. De afwijking wordt meestal pas ontdekt in de kleuterklas. Het verbeteren van de gezichtsvermindering is dan nog zeer moeilijk en vereist een intensieve behandeling, waarvan het resultaat onzeker is.
Uit onderzoek blijkt dat vroegtijdige oogscreening en behandeling leiden tot een daling van het aantal gevallen van amblyopie met 45-62%. Dankzij de nieuwe test van Kind en Gezin kan het aantal kinderen met een lui oog dus verminderen van 6% tot minder dan 2%.
Momenteel wordt bij alle kinderen de stand van de ogen, én de gezichtsscherpte nagekeken tijdens het medisch schoolonderzoek. In het CLB wordt een test afgenomen die speciaal ontwikkeld is om een lui oog beter op te sporen.
Als de CLB-arts een afwijking vaststelt of twijfelt, zal hij doorverwijzen naar een oogarts voor verder onderzoek.
Een lui ook kan worden verholpen als er tijdig met de behandeling wordt begonnen, liefst zo jong mogelijk en zeker voor de leeftijd van acht jaar. Gebeurt dit niet, dan blijft een lui oog zelfs met de best aangepaste bril minder goed zien. Hoe vroeger een lui oog wordt behandeld, hoe groter de kans op succes van de behandeling.
De behandeling van het luie oog omvat de volgende methoden:
- Afplakken of afdekken van het goede oog, om het zien van het luie oog te verbeteren. Afhankelijk van de daling van de gezichtsscherpte en van de leeftijd van het kind, moet de plakker enkele uren per dag tot hele dagen gedragen worden.
- Zo nodig voorschrijven van een bril om het beeld dat het luie oog ontvangt maximaal scherp te krijgen.
- In enkele gevallen is het nodig oogdruppels voor te schrijven.
Bij al deze behandelingen zijn regelmatige controles nodig om de evolutie op te volgen.
Tot de leeftijd van 8 à 10 jaar kan een genezen lui oog opnieuw achteruitgaan, tot dan is waakzaamheid dus geboden. Er wordt dikwijls een vorm van onderhoudstherapie toegepast. Het kind moet dan bijvoorbeeld nog een uur per dag de plakker dragen. In de praktijk is dat vaak het moeilijkste deel van de behandeling. Kinderen zijn al wat groter en zullen meer protesteren tegen die dagelijkse plakker. Voor een goed resultaat is volhouden echter de boodschap.
nieuwsblad |