Je kan maar beter niet lacherig doen over puistjes. Noors onderzoek wijst uit dat jongeren die kampen met acne driemaal meer zelfmoordgedachten hebben dan hun leeftijdsgenoten met een gave huid. Het Noorse onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Investigative Dermatology, werd gevoerd bij 3.755 adolescenten, van wie 14 procent last had van zware acne. Uit de studie blijkt dat jongeren met acne veel meer te kampen hebben met depressiesymptomen en mentale problemen. Ze hechten zich ook moeilijker aan vrienden, hebben een lastiger schooltijd en sukkelen met romantische en seksuele relaties.
Verontrustend is vooral dat de meisjes met acne uit het onderzoek twee keer zoveel zelfmoordgedachten hebben als meisjes met een zuivere huid. Jongens met een puisterig gezicht denken maar liefst drie keer zo vaak aan zelfdoding. Een beangstigende gedachte, als je weet dat 80 procent van de adolescenten last heeft van een vorm van acne, zoals bleek uit eerder Belgisch onderzoek.
Volgens Gwendolyn Protzky, coördinator van de Eenheid van Zelfmoordonderzoek van UGent, is acne op zich niet de oorzaak van zelfmoordgedachten, maar kan het wel een factor zijn. 'Jongeren zijn vaak sowieso al erg gevoelig en verward. Ze ondergaan zoveel fysieke en sociale veranderingen, ze gaan nieuwe relaties aan, hebben nieuwe ervaringen. Dat maakt hen onzeker en erg kwetsbaar. Acne, of bijvoorbeeld ook overgewicht, kunnen ze dan echt wel missen. Het kan de druppel zijn die de emmer doet overlopen. De omgeving wijst dan vaak naar dat ene detail als oorzaak van zelfmoord, maar zo simpel is het niet.'
Ook jongeren zelf hebben de neiging om al hun onzekerheden toe te spitsen op één probleem. 'Jongeren denken lineair: die acne is de oorzaak van ál mijn miserie. Als dat weg is, zal alles veel beter zijn.'
Niet minimaliseren
We kunnen acne maar beter serieus nemen, zegt ook dermatologe Martine Bourgeois. 'Vooral de zware, cystische acne is erg ingrijpend. Het heeft geen zin om te liegen over hun toestand, maar ik ben altijd voorzichtig met hoe ik jonge patiënten aanpak. Ik zeg hen dat het, mits behandeling, zal overgaan, dat ze niet alleen zijn. Vooral meisjes geef ik tips over hoe ze de puisten kunnen camoufleren. Heel af en toe zie ik dat een patiënt er echt onder gebukt gaat. Dan verwijs ik door naar een psycholoog.'
Familie, leerkrachten en vrienden vinden soms moeilijk de juiste houding tegenover onzekere jongeren. 'Dat is ook heel moeilijk', zegt Protzky. 'Als volwassene mogen we zeker niet de fout maken de problemen van jongeren te minimaliseren of te banaliseren. Omgaan met die tergende onzekerheid van tieners is een moeilijke evenwichtsoefening, maar volgens Protzky komt het er vooral op aan te luisteren en te zoeken naar praktische oplossingen. 'En probeer toch mee te geven, zonder te minimaliseren, dat het niet het einde van de wereld is.'
nieuwsblad |