De minister van Volksgezondheid ziet het Budgettair Kader Zorg (BZK) almaar stijgen, terwijl hij juist de opdracht heeft meegekregen om deze kosten beter in de hand te houden. Eén van de speerpunten in de strijd is het terugbrengen van kosten van de vrij gevestigd medische specialisten. Maar levert hun ondernemerschap niet veel meer op dan dat het kost?
door Sigrid Vos
In internationale onderzoeken komt de medisch specialistische zorg in Nederland steevast goed uit de bus. Zowel de kwaliteit als de efficiëntie zijn hoog en de kosten zijn, zeker in vergelijking met de ons omringende landen, relatief laag. Toch hebben achtereenvolgende kabinetten zich het hoofd gebroken over de vraag hoe de almaar stijgende zorgkosten te beteugelen. De vraag wat de zorg de maatschappij en de overheid oplevert (werkgelegenheid, gezondheidswinst, kennisontwikkeling) speelt in de maatschappelijke discussie een geringere rol.
Hoewel de kosten van medische specialisten slechts een gering percentage van de totale zorgkosten uitmaken en daardoor ook maar een relatief geringe besparing zullen opleveren, kan ingrijpen in de beloningsstructuur vergaande gevolgen hebben voor de totale zorg. Oncoloog Joost van der Sijp verwoordt de gevoelens van menig specialist: “Als de overheid haar falend beleid op de specialisten afwimpelt en de ware problematiek niet aanpakt, demotiveert zij de specialisten, met het gevaar dat zij de zorg de rug toekeren.”
Open eind
In de afgelopen jaren zijn er diverse maatregelen genomen om meer grip te krijgen op de medisch specialistische kosten. De belangrijkste ontwikkeling was het afschaffen van de lumpsum en de invoering van het uurtarief in 2008. Alle verrichtingen worden sindsdien via DBC’s bekostigd en gefinancierd, met als uitgangspunten: ‘loon naar werk’, ‘waar voor je geld’, transparantie, behoud fiscaal ondernemerschap, vraagsturing en marktwerking. Sinds de invoering pleiten diverse marktpartijen voor structurele aanpassingen en verbeteringen. Immers, iedereen wist bij voorbaat dat het systeem onvolkomenheden zou kennen, onder andere waar het de verdeling van kosten tussen de diverse specialismen betreft. Om de kosten in de hand te houden en de kwaliteit te garanderen wil demissionair minister Klink de verantwoordelijkheid daarvoor nu bij de ziekenhuisbestuurders neerleggen. Daarnaast is hij voornemens om de overschrijdingen op het budget van de medisch specialistische zorg met terugwerkende kracht te verhalen op de specialisten.
Dat de kosten van de medisch specialistische zorg de afgelopen jaren sterk zijn gestegen is een feit, de vraag is waar dat aan ligt. Verdienen de specialisten teveel door een systeemfout of is de zorgvraag dusdanig toegenomen? De rechter heeft in september geoordeeld dat de huidige overschrijdingen het logische gevolg zijn van de vraagsturing in ziekenhuizen. Bovendien is de rechter van mening dat het doorvoeren van grote kortingen op zeer korte termijn ziekenhuizen in ernstige problemen zou brengen.
Volgens Jan Kees Cappon, lid Raad van Bestuur van de Alysis Zorggroep met locaties in Arnhem, Dieren, Velp en Zevenaar gaat het niet zozeer om de vraag hoe de medisch specialistische zorg financieel is ingericht: “Het is de taak van betrokken partijen om daar gezamenlijk uit te komen. Ik wil mij dus ook niet zozeer mengen in de huidige discussie. Wel kijk ik met enige verbazing naar de ontwikkelingen het afgelopen jaar. Het lijkt wel of we vooral gefocust zijn op het op korte termijn sluitend houden van de begroting, zonder aandacht voor het doorontwikkelen van een systeem. Ik geloof ook niet dat een nieuw systeem waarbij alle medisch specialisten in dienst van het ziekenhuis zijn, wel die door de overheid gewenste besparing gaat genereren.”
Loon naar werken
Cappon: “De hoogte van het salaris van de individuele medisch specialist is vooral een politieke afweging. In het licht van de ongewenstheid van topsalarissen zijn de excessen in deze sector natuurlijk moeilijk te verkopen. Maar als dat het uitgangspunt van de discussie wordt, gaan we nooit structurele verbeteringen in het systeem als geheel aanbrengen.” De eigenlijke discussie zou volgens Cappon moeten gaan over loon naar werken. “Dan hebben we het over het leveren van een bepaalde activiteit, het nemen van een bepaalde hoeveelheid risico, de kwaliteit van de uitvoering en het steeds belangrijkere vermogen om samen te werken. Het gaat dus over de algehele wijze van presteren. Dan mag je best marktconform verdienen.”
De minister baseert zich in zijn voorstel volgens Cappon op de verkeerde informatie. “Het rapport ‘De relatie tussen medisch specialisten en het ziekenhuis’ van SEO Economisch Onderzoek is verouderd en geeft een eenzijdig beeld. Het gaat vooral over de transactiekosten, het zorginnovatiestuk mist. En de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft al meerdere keren haar cijfers moeten aanpassen over de overschrijdingen van de medisch specialistische zorg, die zij baseerde op onderzoek van PWC. Op de cijfermatige onderbouwing van dat onderzoek is van vele kanten kritiek te horen geweest.” (hetonderzoek) |