De Gezondheidsraad wil een meer gerichte vaccinatie tegen tuberculose, ofwel tbc, bij kinderen uit 'allochtone risicogroepen'. De Raad schrijft dit in een advies aan de minister van Volksgezondheid. Het gaat om kinderen van wie ten minste 1 ouder afkomstig is uit een land waar tuberculose veel voorkomt, zoals Suriname, landen in Afrika en Azië en sommige Oost-Europese landen.
Marijke Janssens is secretaris van de Gezondheidsraadscommissie die het advies opstelde. Ze geeft aan dat tuberculose vaak 'sluimerend' aanwezig is bij besmette personen. ''Mensen kunnen besmet zijn zonder dat ze ziek zijn. Op het moment dat je wat verzwakt bent kunnen allerlei ziekteverschijnselen de kop opsteken, meestal in de longen maar ook in andere organen'' zegt zij. ''Alleen bij kinderen gaat die verspreiding naar andere organen wat sneller''.
Moeilijke diagnose Besmetting van tbc gebeurt vrijwel altijd door het zogeheten 'aanhoesten'; iemand hoest van dichtbij in het gezicht van een ander. Sowieso is de diagnose, en dan met name bij kinderen, moeilijk te stellen. Alleen als je de tbc-bacterie op kweek zet kan dat, maar daar moet dan wel een reden voor zijn. De arts moet dus al een vermoeden hebben dat er sprake kan zijn van tbc en dat zou het geval kunnen zijn als een kind lang en aanhoudend hoest.
Bacterie moeielijk te ontdekken Probleem daarbij is dat kinderen sowieso al wat minder sterk hoesten. ''Meestal zit de betreffende bacterie dan ook wel in het sputum dat wordt uitgehoest. Vervolgens moeten de tests vaker worden gedaan omdat de bacterie moeilijk is te traceren. Verder moeten er natuurlijk röntgenfoto's worden gemaakt van de longen. Daarop is een geval van long-tbc altijd wel te zien'', aldus Janssens.
In Nederland gaat het om een groep van zo'n 24.000 kinderen, van wie ten minste één van de ouders, of de kinderen zelf, zijn geboren in een land waar tuberculose veel voorkomt. De WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, houdt in een overzicht goed bij hoe vaak tbc voorkomt in de genoemde landen.
>>>>RNWLabels: vaccinatie |