Belgen testen vaker positief op de Q-koortsbacterie dan de verwachte seroprevalentie van één procent. Dat laten klinisch biologen uit vijf ziekenhuizen zien in een onderzoek in de Artsenkrant.
De onderzoekers keken naar monsters uit het jaar 2007 van patiënten met Q-koortsachtige klachten uit de Belgische provincie Limburg. De artsen van deze patiënten hadden geen opdracht gegeven voor een test op Q-koorts, maar uit monsteronderzoek blijkt dat 4 tot 5 procent van deze Belgen wel de bacterie bij zich droeg in 2007, terwijl dat in de jaren daarvoor rond de 1 procent schommelde. Ook zijn er drie gevallen van acute Q-koorts gevonden, en vier twijfelgevallen – allen mensen die dichtbij de Nederlandse grens wonen.
De onderzoekers verwachten ondanks deze uitslagen dat het risico op acute Q-koorts in België kleiner is dan in Nederland, omdat de geitenboerderijen daar kleiner en minder talrijk zijn. De seroprevalentie was in Nederland laag in 2007, de maximale schatting is 2,4 procent volgens het RIVM. Tijdens de uitbraak in 2007 steeg de seroprevalentie in het epicentrum Herpen naar 24 procent. (Artsennet)Labels: Qkoorts |