Hierbij doe ik u, mede namens de minister van VWS, de antwoorden toekomen op
Kamervragen gesteld door het lid Arib (PvdA) over de toenemende besmetting
van voedsel met ESBL en het gevaar daarvan voor de volksgezondheid.
1
Bent u op de hoogte van de Zembla-uitzending, waarin gewezen wordt op het
toenemende gevaar van ESBL-besmetting van voedsel ten gevolge van het
overmatige antibioticagebruik in de intensieve veehouderij? Wat is uw reactie op
dit bericht en op het feit dat ESBL zowel in vlees als ook in groente wordt
gevonden?
2
Onderschrijft u de stelling dat er een rechtstreeks verband is tussen het royale
gebruik van antibiotica in de veehouderij en de volksgezondheid (MRSA- en ESBLbacterie)
en dat de volksgezondheid in gevaar is door de huidige werkwijze in de
intensieve veehouderij omdat buitensporig gebruik van antibiotica leidt tot
antibioticaresistentie bij dieren en mensen? Zo nee, waarom niet?
Ja. In eerdere brieven hebben ik en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport (VWS) gewezen op het mogelijk verband tussen consumptie van met ESBLproducerende
bacteriën besmet voedsel en de aanwezigheid van deze bacteriën
bij mensen. Deskundigen geven aan dat de ESBL-problematiek gedeeltelijk kan
worden toegeschreven aan resistentievorming in de veterinaire sector. Direct
contact met levende dieren is de belangrijkste transmissieroute van veegerelateerde
MRSA (TK 29683, nr. 70).
In het mondelinge vragenuur van 19 april 2011 over de aanwezigheid van ESBLproducerende
bacteriën op groenten heb ik toegezegd dat ik vragen over
transmissieroutes toevoeg aan het rapport dat de Gezondheidsraad opstelt.
Dit rapport gaat over de risico’s van het gebruik van antibiotica in de veehouderij
voor de volksgezondheid. Dit rapport verschijnt deze zomer.
Daarnaast heeft VWS naar aanleiding van dit vragenuur het RIVM gevraagd met
een consumentenadvies te komen over het eten van (rauwe) groenten. Dit advies is op vrijdag 22 april jl. gegeven. Het RIVM adviseert de consument om groenten
voor consumptie goed te wassen, eventueel te schillen en waar mogelijk te koken
of te bakken. Volgens het RIVM heeft het geen zin om minder groenten te gaan
eten uit angst voor een mogelijke besmetting met resistente bacteriën. Groenten
zijn gezond en bij naleving van het advies zijn de risico's voor de gezondheid
minimaal.
3
Wat vindt u van het feit dat de overheid al meer dan 30 jaar regelmatig ernstige
waarschuwingen heeft gekregen over de gevaren voor de volksgezondheid van het
antibioticagebruik in de intensieve veehouderij, maar dat geen concrete actie is
ondernomen?
Antimicrobiële resistentie is al enkele decennia een zorgpunt. Zowel in de humane
als veterinaire sector zijn daarom, parallel, al jarenlang acties ondernomen om dit
risico te verminderen. Zo hebben dierenartsen in de jaren ‘90 een formularium
opgesteld, met daarin richtlijnen over het restrictief en selectief voorschrijven van
antibiotica. Ook is er sinds 1 januari 2006 een Europees verbod op het gebruik
van antimicrobiële groeibevorderaars. In 2005 werd voor MRSA concreet
aangetoond dat er een relatie bestaat tussen resistente bacteriën bij dieren en
mensen. In 2010 werd deze relatie aangetoond voor ESBL-producerende
bacteriën. De naar aanleiding daarvan ondernomen overheidsacties zijn bij u
bekend. Zie ook het antwoord op de volgende vragen.
4
Waarom wordt het terugdringen van antibioticagebruik niet krachtiger aangepakt,
gezien het reële gevaar dat dreigt en het feit dat deskundigen aangeven dat we
misschien zelfs al te laat zijn?
5
Deelt u de mening dat de in de uitzending besproken gevaren voor de volksgezondheid
voor de regering aanleiding zouden moeten zijn om onmiddellijk actie
te ondernemen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke acties gaat u ondernemen om
het gevaar van besmetting van voedsel door ESBL terug te dringen?
6
Welke garantie heeft de overheid dat de doelstelling om in 2011 20% minder
antibiotica voor te schrijven en in 2013 50% minder, wordt behaald, terwijl dit
niet wordt afgedwongen en de verkoop van antibiotica soms voor 75% van het
inkomen van dierenartsen zorgt?
7
Wanneer kunnen de concrete voorstellen van de Koninklijke Nederlandse
Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) om de financiële afhankelijkheid
van het verkopen van medicijnen terug te dringen precies worden verwacht? Aan
welke voorwaarden moeten deze voorstellen volgens u voldoen en welke ambitie
en garantie van slagen zullen deze voorstellen volgens u moeten bevatten en
komt u zelf met maatregelen wanneer de voorstellen van de KNMvD niet
voldoende zijn?
8
Waarom wordt het advies van bureau Berenschot niet meteen overgenomen om
voorschrijven en verkoop bij dierenartsen los te koppelen? Ligt het in de lijn der
verwachting dat de KNMvD met alternatieve voorstellen zal komen die een zelfde
effect zullen garanderen?
10
Kan precies worden aangegeven op welke wijze en per wanneer in Nederland
overgegaan zou kunnen worden naar een systeem zoals in Denemarken, waarbij
de dierenarts gecontroleerd voorschrijft en er sprake is van een stevige
overheidscontrole?
In de brief van 8 december 2010 heb ik, mede namens de minister van VWS, onze
aanpak uiteengezet om het gebruik van antibiotica in 2013 met 50% te
verminderen (TK 29683, nr. 65). De stuurgroep antibioticaresistentie dierhouderij
heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van de reductie van het antibioticagebruik
en heeft diverse instrumenten ingezet om deze doelstelling te bereiken.
Ik heb er vooralsnog vertrouwen in dat de sectoren en beroepsgroep van dierenartsen
de afgesproken reductiedoelstellingen behalen. Bij brief van 14 april jl.
heeft de minister van VWS, mede namens mij, de stand van zaken over de
reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij geschetst (Kamerstukken
29683, nr. 70). De Fidin (overkoepelende organisatie van producenten en
handelaren van diergeneesmiddelen) signaleerde over een 2010 een afname van
de verkoop van antibiotica van 12%. Als blijkt dat de sectoren en de beroepsgroep
van dierenartsen zich niet aan de afgesproken reductie-doelstellingen houden, dan
zal ik vergaande maatregelen nemen, waaronder het ontkoppelen van de
dierenarts- en apothekerfunctie. De voorbereidingen hiervoor zet ik thans in gang.
Daarbij betrek ik de wijze waarop in Denemarken deze functies zijn ontkoppeld.
Het advies van het Bureau Berenschot toont aan dat ontkoppeling onbedoelde
effecten heeft. Berenschot concludeert dat ontkoppeling alleen haalbaar is als
tevens aanvullende maatregelen worden genomen om de onbedoelde effecten
tegen te gaan (TK, 29683, nr. 42). De uitvoering van een eventuele ontkoppeling
dient daarom zorvuldig te worden voorbereid.
Ik heb recent een brief van de KNMvD ontvangen waarin voorstellen staan om de
financiële afhankelijkheid van de dierenarts ten aanzien van de verkoop van
diergeneesmiddelen terug te dringen. Deze voorstellen zal ik beoordelen op hun
concrete bijdrage aan deze problematiek.
9
Deelt u de mening dat de overheid het antibioticagebruik zelf dient te registreren?
Op welke wijze kan dit worden vormgegeven en per wanneer?
Nee. Die taak ligt volgens het convenant Antibioticaresistentie bij de diersectoren.
Die beschikken over de benodigde infrastructuur en ze zijn in staat op doelmatige
wijze de gegevens van de veehouderijbedrijven en de dierenartspraktijken te
verzamelen. De in maart 2011 opgerichte onafhankelijke Stichting Diergeneesmiddelen
Autoriteit (SDA), die tot doel heeft volledige transparantie in het
voorschrijven en gebruik van diergeneesmiddelen en een verantwoord gebruik van
antibiotica te realiseren, valideert middels een data-audit deze gegevens.
Zij stelt vervolgens normen op voor verantwoord gebruik van antibiotica. De SDA
zal aan de ministeries van EL&I en VWS rapporteren over de tendensen in het
gebruik in de diverse sectoren.
11
Kan een overzicht gegeven worden van de rapporten van de Gezondheidsraad en
andere nationale en internationale instanties, die op het gevaar van
antibioticagebruik in de diergezondheidszorg hebben gewezen, en kan daarbij
worden aangegeven wat er concreet met (de aanbevelingen in) het betreffende
rapport is gebeurd?
In de loop der jaren zijn in ons land meerdere rapporten verschenen over de
(eventuele) gevolgen van antibioticumgebruik in de veehouderij. Ik noem de
belangrijkste. In 1998 adviseerde de Gezondheidsraad over het gebruik van
antibiotica als groeibevorderaar. De aanbevelingen van toen (verbod enkele
specifieke antibiotica, stoppen met toepassen als groeibevorderaar en surveillance
van resistentie op EU-niveau) zijn in de EU alle opgevolgd. In 2009 verscheen het
rapport “veegelateerde MRSA” van een consortium van onderzoeksinstellingen.
Daarin stonden veel aanbevelingen voor nader onderzoek en aanpassingen in
diermanagement. Veel van die aanbevelingen zijn meegenomen bij de uitwerking
van de plannen van aanpak in het kader van het convenant Antibioticumresistentie
Veehouderij. In 2011 volgde het RIVM-rapport “risk profile on
antimicrobial resistance” met inbreng van meerdere andere onderzoeksinstellingen.
Daarin worden aanbevelingen gedaan op het gebied van monitoring
en risicoschatting.
12
Bent u bereid deze vragen vóór het algemeen overleg “Dierziekten en
antibioticagebruik in de veehouderij” van 26 mei 2011 te beantwoorden?
Ja.
dr. Henk Bleker
Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en InnovatieLabels: ESBL |