|
|
| Gezondheid |
BMR |
DKTP |
DTP |
Hepatitis |
HPV |
Meningitis |
TBC |
Pneumokokken |
Polio |
Schmallenbergvirus |
____________________________________________________
| maandag 30 mei 2011
|
| Jaarlijks sterven 15 Belgen aan Creutzfeldt-Jakob |
De ongeneeslijke hersenziekte Creutzfeldt-Jakob eist elk jaar gemiddeld 15 mensenlevens in België. Dat blijkt uit cijfers die senator Guido De Padt (Open Vld) opvroeg bij minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx.
>>>>HLNLabels: Gezondheid algemeen |
.
.
13:08  |
|
|
|
|
| Duitsland krijgt horrorbacterie niet onder controle |
Duitsland krijgt de gevaarlijke darmbacterie EHEC maar niet onder controle. Het aantal patiënten loopt gestaag op. Veel van hen zijn er erg slecht aan toe. Ziekenhuizen zijn overvol en het bloed voor transfusies raakt op.
>>>>HLNLabels: EHEC, Gezondheid algemeen |
.
.
13:05  |
|
|
|
|
| Meer dan 1.000 besmettingen met EHEC-bacterie in 8 landen |
De lijst met landen waar de gevaarlijke bacterie enterohemorragische E.coli (EHEC) opduikt, wordt almaar langer. Ook in Frankrijk en Zwitserland worden mogelijke besmettingen gemeld. In Duitsland vielen al zeker tien doden door de bacterie; er is ook sprake van meer dan duizend bevestigde en verdachte infecties.
>>>>HLNLabels: EHEC, Gezondheid algemeen |
.
.
13:03  |
|
|
|
|
| EHEC-bacterie breidt uit |
In Duitsland vielen al tien doden na het eten van besmette komkommers. De agressieve E.coli-darmbacterie is nu al in tien landen opgedoken. Dit meldt De Standaard.
Het dodental van de epidemie staat inmiddels op tien. Bij driehonderd mensen is de ziekte met zekerheid vastgesteld. En er zouden duizend vermoedelijke gevallen zijn.
(artsennet)Labels: EHEC, Gezondheid algemeen |
.
.
13:02  |
|
|
|
|
| Oproep van RIVM: wees alert op patiënten met bloederige diarree en HUS |
Het RIVM roept huisartsen op alert te zijn op patiënten met bloederige diarree of hemolytisch-uremisch syndroom (HUS). In Duitsland is sprake van een uitbraak van deze aandoeningen. Om de bron te kunnen opsporen kunnen gegevens van deze patiënten richtinggevend zijn. Lees verder voor het bericht van RIVM.
Het Robert Koch Instituut in Berlijn, de Duitse overheidsinstelling voor ziektebestrijding en preventie, meldt een scherpe stijging van patiënten met hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) en bloederige diarree ten gevolge van een Shigatoxineproducerende Escherichia coli (STEC, EHEC).
Vrouwen in Noord-Duitsland
Sinds half mei zijn er al meer dan 400 verdachte cases gemeld, waarvan meer dan 130 met HUS. Het aantal gehospitaliseerde patiënten is relatief hoog. Twee patiënten zijn ten gevolge van de infectie overleden. Bij 5 patiënten werd STEC serogroep O104 aangetoond. De meeste patiënten zijn woonachtig in het noorden van Duitsland en het betreft relatief vaak volwassen vrouwen. Op basis van brononderzoek lijkt een voedselbron het meest waarschijnlijk, maar een relatie met een specifiek product is nog niet gevonden.
Incubatietijd
In Nederland is tot nu toe één patiënte gemeld met HUS ten gevolge van STEC, die in de incubatietijd in Duitsland is geweest. Overigens zijn er in Nederland in 2011 nog geen patiënten met HUS gemeld en is de incidentie van STEC niet verhoogd. Ook in Groot-Brittannië werd een patiënt met HUS gemeld die in de incubatietijd in Duitsland was geweest, en in Zweden vier.
Patiënten telefonisch melden
Voor het opsporen van de bron van deze uitbraak kunnen juist gegevens van de buitenlandse patiënten -die relatief kort in Duitsland zijn geweest- richtinggevend zijn. Daarom vraagt het RIVM om alert te zijn op patiënten met bloederige diarree of HUS ten gevolge van STEC en hen expliciet te vragen naar een eventueel verblijf in Duitsland. Tevens vraagt het RIVM om patiënten die mogelijk gerelateerd zijn aan deze uitbraak te melden bij de lokale GGD zodat informatie over deze patiënten zo snel mogelijk aan de collega's in Duitsland kan worden doorgegeven.
(artsennet)Labels: Gezondheid algemeen |
.
.
13:01  |
|
|
|
| zaterdag 28 mei 2011
|
| EU vervroegt onderzoek naar risico's Aspartaam |
Vanwege het risico op kanker en vroeggeboorte wil de Europese Unie vaart zetten achter de herbeoordeling van onderzoek naar aspartaam. De studie wordt acht jaar eerder dan gepland uitgevoerd.
Deense wetenschappers rapporteerden in 2010 hun bevindingen van een onderzoek onder zo'n 60.000 zwangere Deense vrouwen, met en zonder overgewicht. De deelnemers moesten een vragenlijst invullen over de mate waarin zij producten met aspartaam dronken.Uit de studie kwam naar voren dat er een verband is tussen het drinken van frisdranken met de zoetstof aspartaam en te vroeg geboren kinderen. Aspartaam wordt gebruikt als vervanger voor suiker en zit in veel lightproducten.
De verhoogde bloeddruk, die wordt veroorzaakt door aspartaam, zou een risicofactor zijn voor vroeggeboorte. Ook de aanmaak van methanol, die veroorzaakt wordt door de afbraak van aspartaam, zou de kans op een vroegtijdige bevalling verhogen.Ook in Italië werd de stof grondig bestudeerd. Zij kwamen tot de conclusie dat de zoetstof kankerverwekkend kan zijn.
>>>>ElzevierLabels: Gif |
.
.
16:59  |
|
|
|
|
| EHEC-Bacterie kan ook in Ijsbergsla en filet Americain voorkomen |
De EHEC-bacterie, die wordt toegeschreven aan Spaanse komkommers, heeft in Duitsland al negen dodelijke slachtoffers gemaakt. De Spaanse autoriteiten ontkennen dat ze tijdelijk twee boerderijen gesloten hebben die verantwoordelijk zouden zijn voor de verspreiding van komkommers met de bacterie. Inmiddels blijkt 58 procent van de Duitsers uit voorzorg geen sla, tomaten of komkommers meer te eten. Door de verspreiding van de bacterie, wordt bloedplasma schaars.
Vandaag raakte bekend dat in een ziekenhuis in Kiel twee vrouwen van 38 en 84 jaar oud zijn overleden.
Levenslang nierproblemen
In een dikke week zijn al duizend mensen ziek geworden van de bacterie. Zij die het overleven, riskeren levenslang nierproblemen. Volgens de Duitse autoriteiten komen de komkommers aan de bron van de besmetting uit Spanje.
De Europese Commissie had vrijdag laten verstaan dat twee bedrijven in Almeria en Malaga tijdelijk gesloten waren, omdat ze vermoedelijk verantwoordelijk zouden zijn voor de verspreiding van de komkommers.
Enterohemorragische E. coli (EHEC)
EHEC, behoort tot de zogenaamde shigatoxineproducerende E. coli (STEC), ook wel aangeduid als vero(cyto)toxine-producerende E. coli (VTEC).
In het buitenland doen zich sinds medio jaren 90 regelmatig grote epidemieën voor van STEC. In Nederland deed de eerst ontdekte landelijke epidemie zich voor in het najaar van 2005. De belangrijkste taak van de GGD is om eventuele clusters bijtijds op het spoor te komen. Door snelle bronopsporing kan mogelijk een grote epidemie worden voorkomen.
Incubatieperiode
De incubatieperiode voor diarree bedraagt meestal 3 of 4 dagen, met een range van 1-12 dagen. Typerend voor STEC is dat de diarree 1 tot 3 dagen na start bloederig wordt. HUS kan zich ontwikkelen tot 14 dagen na de gastro-enteritis.
Ziekteverschijnselen
Een infectie met STEC kan asymptomatisch verlopen, zich beperken tot milde diarree of bloederige diarree veroorzaken (hemorragische colitis). Hemorragische colitis wordt gekarakteriseerd door het plotselinge optreden van heftige buikkrampen, soms met braken, veelal zonder koorts. Na 24 uur volgt een aanvankelijk waterige diarree die na 1 tot 3 dagen bloederig wordt. De klachten duren 2 tot 9 dagen (gemiddeld 4 dagen) en gaan over het algemeen vanzelf over.
2-7% van de met STEC geïnfecteerde personen ontwikkelt HUS, maar bij geïnfecteerde kinderen jonger dan 5 jaar kan dit oplopen tot 15%. HUS wordt gekarakteriseerd door de trias hemolytische anemie, thrombocytopenie en acute nierinsufficiëntie. Het merendeel van de patiënten met HUS herstelt volledig. Meta-analyses van de langetermijnprognose bij diarreegeassocieerde HUS-patiënten laten zien dat gemiddeld 2-9% van deze patiënten overlijdt (vooral in de acute fase), dat bij 25% van de overlevende patiënten chronische nierfunctiestoornissen worden gezien en dat gemiddeld 3% van de HUS-patiënten een terminale nierinsufficiëntie ontwikkelt (End Stage Renal Disease, ESRD). Daarnaast ontwikkelt 0 tot 15% van de HUS-patiënten in de acute fase diabetes mellitus, hetgeen gepaard gaat met verhoogde mortaliteit. Van de overlevende HUS-patiënten met diabetes blijft ruim een derde langdurig (minimaal 12 maanden) insuline-afhankelijk. Tevens kan de diabetes jaren na de doorgemaakte HUS weer optreden.
Verhoogde kans op ernstig beloop
Risicofactoren voor het ontwikkelen van HUS zijn leeftijd (jonger dan 5 jaar en ouder dan 65 jaar), gebruik van antibiotica en een verhoogd aantal leucocyten in het bloed. Daarnaast spelen kenmerken van de bacterie een rol: een verhoogd risico op HUS wordt gezien voor serotype O157 en de aanwezigheid van eae en stx2 of stx2 samen met stx2c.
Er is geen informatie voorhanden over het risico voor zwangeren of voor het ongeboren kind.
Immuniteit
Er is weinig bekend over de effectiviteit van de immuunreactie op STEC. Bij diarree veroorzaakt door andere groepen diarreeveroorzakende E. coli is een type-specifiek beschermend effect als gevolg van eerder doorgemaakte infecties aangetoond. Antistoffen tegen lipopolysacharide (LPS) en tegen stx zijn aangetoond tijdens en na de infectie (eerst IgM en IgA, later IgG). De klinische betekenis hiervan is nog onbekend.
Verwekker
STEC behoort tot de familie van de Enterobacteriaceaeen het geslacht Escherichia.Het omvat gramnegatieve, asporogene, onbeweeglijke of beweeglijke (peritriche flagellen) rechte staafjes. E. coliis facultatief anaeroob, oxydasenegatief en in staat te overleven op minimale basismedia.
Besmetting
Runderen zijn asymptomatische dragers van deze darmbacterie. Ook bij schapen en geiten wordt STEC uit darminhoud geïsoleerd. Daarnaast wordt STEC ook sporadisch gevonden bij andere landbouwhuisdieren en wilde fauna, zoals bijvoorbeeld paarden, herten, konijnen, eenden en meeuwen. De bacterie overleeft maanden in de bodem en weken in water (langer bij lagere temperaturen).
Besmettingsweg
De meeste infecties zijn tot dusverre in verband gebracht met consumptie van onvoldoende verhit (veelal gemalen) rundvlees zoals hamburger en gehakt of rauw rundvlees (filet americain, carpaccio en dergelijke). Naast rundvlees zijn consumptie van melk (ongepasteuriseerd of besmet na het pasteuriseren), andere zuivelproducten, (oppervlakte)water, groenten (onder andere sla, spinazie, radijsjes en andere ontspruitende gewassen) en vruchtensappen geassocieerd met STEC-infecties.STEC O157 blijkt bijzonder zuurtolerant te zijn: de bacteriën zijn in staat meer dan twee maanden te overleven in gefermenteerde droge worst met een pH van 4,8. Ook is overdracht beschreven door andere producten met een lage pH, zoals dressings en appelcider. Contact met (mest van) besmet vee (denk aan (kinder)boerderij en zwemmen in gecontamineerd water) kan eveneens een besmettingsroute vormen.
Bij zowel sporadische cases als bij explosies speelt besmetting van mens op mens een belangrijke rol. Er moet dan ook in alle gevallen aandacht zijn voor de mogelijkheid van secundaire transmissie. Deze kan plaatsvinden in gezinnen en in kwetsbare groepen met een minder goed hygiënebesef. Elke patiënt met een infectie met STEC dient hygiëneadviezen te krijgen om zoveel als mogelijk is, secundaire transmissie te voorkomen.
Risicosituaties
Mensen die contact hebben met (mest van) besmet vee en mensen die onvoldoende verhit of rauw rundvlees eten en/of rauwe melk drinken of bewerken of die contact hebben met andere producten die met mest in aanraking geweest kunnen zijn (rauwe ongewassen groente), lopen een verhoogd risico op het verkrijgen van een bacteriële infectie.
Bij bezoek aan (kinder)boerderijen en contact met dieren moet men alert zijn op handen wassen na contact met dieren.
Besmettelijke periode
De mens is in ieder geval gedurende de ziekte besmettelijk voor zijn omgeving. De helft van de volwassenen bleek in een onderzoek 17 dagen na aanvang van de klachten nog E. coli uit te scheiden(spreiding 2-62 dagen). Bij kleine kinderen is de uitscheiding langer (mediaan 29 dagen, spreiding 11-59 dagen) en kan incidenteel oplopen tot circa 4 maanden. Deze langdurige uitscheiding kan voorkomen bij zowel symptomatische als bij a-symptomatische patiënten. Voor een evidence-based uitwerking zie bijlage I.
Besmettelijkheid
Zeer weinig bacteriën (een klein inoculum) kunnen al klachten geven. Een inoculum van 10-100 bacteriën leidt bij de helft van de mensen tot ziekteverschijnselen (ID50=10-100). In een kinderdagverblijf was de secundaire attack rate 22%. Binnen huishoudens varieert de secundaire attack rate doorgaans tussen 5% en 20%. Als echter asymptomatische infecties worden meegenomen worden attack rates gevonden van 46% voor andere kinderen in het huishouden en 28% voor de ouders.
Risicogroepen
Over het algemeen zijn mensen die meer risico lopen op een infectie met STEC, te verdelen in vier groepen:
kinderen onder de 5 jaar en ouderen vanaf 60 jaar;
oudere kinderen en volwassenen die zelf geen goede hygiëne kunnen handhaven;
volwassenen met verminderde afweer;
mensen werkzaam in de zorg en/of werkzaam met kleine kinderen en/of werkzaam op een boerderij.
Verspreiding in de wereld
In de Verenigde Staten werden in januari 1993 meer dan 500 mensen ziek als gevolg van het eten van onvoldoende verhitte hamburgers die waren besmet met E. coli O157:H7. Vier kinderen stierven aan de complicaties. Sindsdien zijn vele epidemieën beschreven. In juli 1996 kreeg een enorme epidemie (ruim 9.000 zieken en 12 sterfgevallen) in Japan veel aandacht. De bron zou radijs zijn in op massale wijze geproduceerde lunches voor scholieren. Ook opvallend was de uitbraak in 2006 in de Verenigde Staten waar mensen ziek zijn geworden na het eten van verse rauwe spinazie. Engeland had in 2009 een uitbraak van STEC O157 die gerelateerd kon worden aan een kinderboerderij in Surrey.
Er wordt in Europa geen duidelijke dalende trend van STEC-infecties gesignaleerd. In de Europese zoönoserapportage van 2004 wordt juist een toename ten opzichte van 2003 gemeld. Over de trend in voorkomen in andere delen van de wereld is onvoldoende bekend.
De hoogste incidentie van HUS wordt waargenomen in Argentinië: 21,7 per 100.000 kinderen. In Canada, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bedraagt de incidentie 2,6-3,3 per 100.000 kinderen jonger dan 5 jaar. Zowel in Noord-Amerika, Groot-Brittannië als Nederland blijken de infecties seizoensafhankelijk te zijn. Zestig procent van de gevallen wordt geregistreerd tussen juni en september.
Voorkomen in Nederland
Sinds 1999 is er een intensieve laboratoriumsurveillance voor STEC O157 in Nederland. Het jaarlijks aantal laboratoriumbevestigde ziektegevallen varieert tussen 30 en 60 (0.22-0.35/100.000 inwoners), waarbij bij gemiddeld 15% HUS gediagnosticeerd wordt. Het hoogste percentage patiënten doet zich voor in de leeftijdsklasse 0-4 jaar, gevolgd door kinderen van 5-9 jaar en ouderen vanaf 60 jaar. Naar schatting zijn er in Nederland jaarlijks 1250 symptomatische STEC O157-infecties in de bevolking (600 met bloederige diarree), waarvan 180 de huisarts consulteren en er gemiddeld 40 laboratoriumbevestigd worden. Per jaar worden naar schatting circa 20 nieuwe diarreegeassocieerde HUS-patiënten gezien, waarvan er jaarlijks 3-12 gemeld worden.
Sinds 2007 wordt STEC non-O157 ook meegenomen in de surveillance, aangezien er nu methoden beschikbaar zijn voor de detectie van STEC non-O157. Ondanks dat nog maar een klein deel van de laboratoria deze technieken gebruiken, werden in 2008 al evenveel patiënten met STEC non-O157 als met STEC O157 gemeld.
IJsbergsla en filet americain oorzaak nationale uitbraak
In 2005 is voor het eerst een nationale uitbraak met STEC O157 in Nederland beschreven, waarbij filet americain de verdachte bron was. Sindsdien hebben er nog twee uitbraken plaatsgevonden, éénmaal veroorzaakt door de consumptie van ijsbergsla en éénmaal door filet americain.
In de periode 2002-2004 heeft de VWA onderzoek gedaan naar het vóórkomen van STEC O157 op kinderboerderijen, zorgboerderijen en kampeerboerderijen. Hierbij werd gevonden dat bij 10%-15% van deze boerderijen minimaal 1 mestmonster positief was voor STEC O157. De meeste besmette monsters waren afkomstig van runderen, schapen en geiten. In de surveillance van landbouwhuisdieren werd STEC O157 bij melkkoeien in 2005, 2006 en 2007 in respectievelijk 4, 5 en 4% van de koppels aangetoond. Voor vleeskalveren was dit in 2005, 2006 en 2007 respectievelijk 9, 14 en 13%. In 2008 was dit voor rund 5 en voor kalf 22% en in 2009 respectievelijk 2 en 16%.
In 1996-1997 werden 2.941 vleesproducten afkomstig uit supermarkten en slagerijen verspreid over heel Nederland onderzocht op STEC O157. STEC O157 werd aangetoond in 6 (1,1%) van de 571 rauwe-rundergehaktmonsters, in 2 (0,5%) van 402 half-om-halfgehaktmonsters, in 1 (1,3%) van de rauwe-varkensgehaktmonsters, in 1 (0,3%) van de 393 andersoortig rauw-varkensvleesmonsters en in 1 (0,3%) van 328 vleesproducten die al gekookt of gefermenteerd en dus ready-to-eat waren (VWA jaarrapportages). Latere routinemonitoring van diverse vleessoorten door de VWA liet zien dat, nadat een aantal jaren geen STEC O157 in het vlees werd aangetroffen, in 2003 1 keer filet americain en in 2004 3 vleesmonsters (1 rundvlees- (0,2%), 1 kalfsvlees- (0,4%) en 1 filet americain- (0,2%) monster) positief waren voor STEC O157. In 2005 werd geen STEC O157 aangetroffen in rundvlees, maar waren wel 2 monsters varkensvlees (0,5%) en 1 monster van vlees van een haas (0,1%) positief. Ook in daaropvolgende jaren werd in vleesmonsters STEC O157 aangetroffen door de VWA: in 2006 in 2 monsters rundvlees (0,3%) en in 1 monster filet americain (0,1%), in 2007 in 1 monster filet americain (0,1%) en in 2008 in 2 monsters rundvlees (0,3%). In geen van de in 2009 onderzochte vleesmonsters werd STEC O157 aangetoond.
Behandeling
Het nuttige effect van antibiotica is niet aangetoond. Behandeling met trimethoprim/sulfa zou de kans op complicaties (HC of HUS) zelfs vergroten. Verschillende therapeutische mogelijkheden (stx-bindende partikels enteraal of intraveneus) zijn uitgebreid getest, zonder een positief resultaat. De behandeling van HUS is dus nog steeds symptomatisch: behandeling van de nierinsufficiëntie (peritoneaal dialyse of hemodialyse), correctie van de water- en zouthuishouding en behandeling van de eventuele hypertensie.
In Europa wordt in het algemeen geen antibiotica voorgeschreven bij patiënten met een mogelijke of definitieve STEC-infectie.
(het onderzoek/RIVM)Labels: EHEC, Gezondheid algemeen |
.
.
16:53  |
|
|
|
|
| Al het kippenvlees in de supermarkten besmet met ESBL-bacterie |
Al het kippenvlees in de supermarkten is in hoge mate besmet met de ESBL-bacterie. Deze ESBL-bacterie is ongevoelig voor de meeste in Nederland gebruikte antibiotica.
100 procent
Voor de plofkip, de kip die wordt opgefokt in vleeskuikenstallen, is die besmetting zelfs 100 procent. Maar ook biologische kippen zijn voor 85 procent besmet met ESBL.
Ingrijpen
Het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, de belangenbehartiger van de supermarkten, en de Consumentenbond eisen ingrijpen van het Ministerie van Volksgezondheid, omdat de voedselveiligheid in het geding is.
Antibioticaresistentie
De pluimveehouderij gebruikt nog steeds op grote schaal antibiotica. In Nederland worden jaarlijks 340 miljoen kippen opgefokt, veelal met antibiotica. Dit hoge antibioticagebruik is een belangrijke oorzaak van antibioticaresitentie bij de mens. In tegenstelling tot dieren in de vee-industrie krijgen mensen het middel alleen als het echt nodig is, omdat te veel en onzorgvuldig gebruik bacteriën ongevoelig maakt voor antibiotica.
Laatste redmiddel
Nieuwsuur spreekt met professor Jan Kluytmans, micro-bioloog aan het VU-Medisch Centrum in Amsterdam. Hij vindt dat er nu direct moet worden opgetreden: "Als we nu niet optreden dan raken we ook ons laatste redmiddel, antibiotica, kwijt. Bij nog meer ESBL-resistentie, hebben we een groot probleem. Tegenwoordig komen er iedere dag in ziekenhuizen mensen die besmet zijn met de resistente ESBL-bacterie. Kippenvlees is in zeer hoge mate besmet met ESBL'.
Waar komt de ESBL-producerende bacterie voor?
ESBL-producerende bacteriën kunnen aanwezig zijn in de darmen van mensen en dieren. Tijdens het slachten van dieren kunnen ESBL-producerende bacteriën de buitenkant van het vlees besmetten. ESBL-producerende bacteriën zijn dan ook aangetroffen bij rauw vlees in winkels zoals kip, kalkoen, varkensvlees en kalfsvlees. Onbekend is in welke hoeveelheden deze bacteriën aanwezig zijn op het vlees en of dat voldoende is om iemand te besmetten door het eten van het vlees.Er is geen reden om te denken dat ESBL-producerende bacteriën ook binnen in een ei aanwezig kunnen zijn.De bacteriën worden verder ook in het milieu (zoals het oppervlaktewater van rivieren) gevonden. Er zijn aanwijzingen dat door irrigatie ook groente besmet zou kunnen worden.
Kan ik nog wel kip, eieren en ander vlees eten?
Als de geldende keukenhygiëneregels in acht worden genomen kunnen vlees en eieren veilig gegeten worden. Verhit het vlees goed. Door verhitting gaan alle bacteriën dood en dus ook de ESBL-producerende bacteriën. Het is vooral belangrijk om contact tussen rauw (kippen)vlees en andere etenswaren te voorkomen. Vlees moet gekoeld bewaard worden. Dit vermindert de groei van bacteriën.
Zijn ESBL-bacteriën gevaarlijk?
Voor mensen die een infectie hebben – bijvoorbeeld een simpele urineweginfectie – en daarvoor behandeld moeten worden, kan het de behandeling bemoeilijken. Wanneer iemand een infectie heeft die wordt veroorzaakt door ESBL-producerende bacteriën zijn de mogelijkheden om de infectie met antibiotica te bestrijden namelijk beperkt. In sommige gevallen is het zelfs nodig om voor behandeling te worden opgenomen in het ziekenhuis omdat alleen nog antibiotica die via een infuus worden toegediend, werkzaam zijn.
Kan ik iets doen om te zorgen dat ik niet met ESBL-producerende bacteriën besmet raak?
Besmetting met ESBL-producerende bacteriën is niet altijd te voorkomen omdat er verschillende bronnen zijn. Besmetting kan ook van mens tot mens plaats vinden. Ten aanzien van het eten van (kippen)vlees gelden de bestaande keukenhygiëneregels. Dit betekent onder meer dat het rauwe vlees en het daarvoor gebruikte keukengerei niet in aanraking mag komen met andere etenswaren. Ook is het belangrijk om (kippen)vlees door en door te verhitten voordat het gegeten wordt.
Speelt dit probleem alleen in Nederland?
Nee. Wereldwijd – en ook in Nederland – worden, onder andere, darmbacteriën tegen steeds meer soorten antibiotica resistent, doordat ze ESBL produceren. Bovendien laten verschillende studies sinds enkele jaren een toename zien van ESBL-producerende bacteriën als veroorzaker van infecties. Deze trend is niet alleen zichtbaar in Nederland, maar in heel Europa en zelfs wereldwijd. Hoe en in welke mate antibioticagebruik bij mens en dier tot deze toename leidt is niet goed bekend.
(Nieuwsuur/RIVM)Labels: ESBL, Gezondheid algemeen |
.
.
16:50  |
|
|
|
| maandag 23 mei 2011
|
| Chronisch zieke voelt barrières om te wisselen van zorgverzekeraar |
Chronisch zieken, gehandicapten en mensen met een slechte gezondheid voelen meer barrières dan anderen om te wisselen van zorgverzekeraar, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in BMC Health Services Research.
In het nieuwe zorgstelsel dat in 2006 in Nederland is ingevoerd, is de mogelijkheid te wisselen van zorgverzekeraar een belangrijk principe. De achterliggende gedachte is dat verzekerden wisselen omdat ze ontevreden zijn over de kwaliteit of de premie van hun zorgverzekeraar. Verzekeraars worden daardoor gedwongen te streven naar een gunstige balans tussen premie en kwaliteit van zorg. Wat beide ten goede zou moeten komen. In de onderzochte periode wisselden weinig mensen van verzekeraar: 6% in 2007, 4% in 2008 en 3% in 2009.
Barrières
Opmerkelijk in het onderzoek is dat chronisch zieken, gehandicapten en mensen met een mindere gezondheid niet minder overstappen dan anderen, maar wel meer barrières voelen om over te stappen. Ze denken bijvoorbeeld dat het voor hen niet mogelijk is om over te stappen of ze zijn bang voor administratieve problemen als ze dat doen. Overstappen blijkt bovendien níet gebaseerd op de kwaliteit van zorg, maar wordt vooral ingegeven door de hoogte van de premie waardoor het discutabel is of de zorgverzekeringswet leidt tot een betere balans tussen prijs en kwaliteit.
Panels
Het onderzoek is uitgevoerd in het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) en het Consumentenpanel Gezondheidszorg (CoPa) van het NIVEL. In de verschillende jaren werkten uit ieder panel een kleine 2000 mensen mee. Het NPCG bestaat uit 3500 zelfstandig wonende mensen met een chronische ziekte of handicap. Het Consumentenpanel bestaat uit 6000 mensen en is representatief voor de Nederlandse bevolking.
(nivel)Labels: Gezondheid algemeen |
.
.
11:54  |
|
|
|
|
| Nieuwe Anticonceptiepil Verdubbelt Kans Op Trombose |
Bij alle pilvarianten bestaat de kans op bloedproppen in de aderen, maar door de nieuwe varianten wordt deze kans verdubbeld. Bloedproppen kunnen leiden tot trombose in het been of de arm en mogelijk tot een fatale blokkade in de bloedbaan naar de longen; een longembolie.
Progesteron
Het risico is afhankelijk van het type progesteron dat in de pil voorkomt. De onderzoekers roepen artsen daarom op in eerste instantie 'lage risico'-pillen voor te schrijven. Dit zijn volgens hen de anticonceptiepillen op basis van het hormoon levonorgestrel (zoals bijvoorbeeld Microgynon).
De nieuwe, op drospirenon gebaseerde, pil (zoals bijvoorbeeld de Yasmin) brengt volgens de onderzoekers een groter risico met zich mee. Wanneer alle vrouwen deze anticonceptiepil zouden slikken, stijgt het aantal vrouwen met bloedproppen per jaar met meer dan de helft (tot 30 op de 100.000 vrouwen in Engeland), aldus de onderzoekers.
Aan het onderzoek werkten 100.000 vrouwen mee. Om een vergelijking te maken werden zij in twee groepen verdeeld: de groep met de anticonceptiepil op basis van levonorgestrel en de groep met drospirenon als hoofdbestanddeel.
Kanttekening
Het onderzoek wordt door een internationaal panel van deskundigen overigens in twijfel getrokken. Zij menen dat iedere anticonceptiepil een klein risico met zich meebrengt, maar dat dit risico voor álle pilgebruikers gelijk is. Het risico wordt groter wanneer de pilslikkende vrouw overgewicht heeft, te dik is of wanneer bloedproppen veel in haar familie voorkomen.
(medinews.be)Labels: Gezondheid algemeen |
.
.
11:49  |
|
|
|
| donderdag 19 mei 2011
|
| "De prik en het meisje" |
Wel of niet inenten? Als de dochter van regisseur Maartje Nevejan een oproep krijgt voor vaccinatie tegen baarmoederhalskanker slaat de twijfel toe. De documentaire 'De Prik en het Meisje' begint als een zoektocht naar de waarheid over deze vaccinatie, maar transformeert naar een onderzoek over twijfel, beslissingen nemen en uiteindelijk vertrouwen.
“Als ik je niet laat inenten krijg je misschien kanker en ga je dood. Maar als ik je wel laat inenten ga je misschien dood aan enge bijwerkingen.”
Moet Nevejan haar dochter laten inenten om haar zo tegen het hpv-virus te beschermen? Of moet ze haar niet laten inenten om eventuele gevaarlijke bijwerkingen te voorkomen? Voor dochter Noa zelf staat een en ander nog erg ver van haar af. “Ik weet het niet. Mij maakt het echt niks uit. Mag ik nou de Donald Duck lezen?”
In 2009 negeerde meer dan de helft van (de ouders van) de 12-jarige meisjes de oproep van de overheid tot vaccinatie. Er ontstond een enorme maatschappelijke discussie en een vertrouwenscrisis tussen de burger enerzijds en de wetenschap en de overheid anderzijds. Om in staat te zijn om een keuze te maken moet je toch minstens één van hen kunnen vertrouwen.
Nevejan praat onder anderen met artsen, wetenschappers, het rivm en voor- en tegenstanders van vaccinatie. Gaandeweg haar onderzoek naar de waarheid blijkt echter dat er geen eenduidig antwoord is. Niemand kan precies zeggen wat de gevolgen van haar beslissing zijn.
De film gaat behalve op de dilemma’s rond het wel of niet vaccineren tegen het hpv-virus ook in op het veel bredere levensgevoel van de moderne burger die geacht wordt steeds vaker zelf keuzes te maken. Is deze keuzevrijheid een verworvenheid of juist niet?
Holland Doc om 23.00 uur op Ned.2
(Hollanddoc.nl)Labels: HPV |
.
.
12:28  |
|
|
|
| maandag 9 mei 2011
|
| Patientenmeldformulier voor melden van bijwerking van vaccin is online |
Lareb heeft voor het melden van bijwerkingen van vaccins een speciaal elektronisch meldformulier ontwikkeld voor patienten. Deze is te benaderen vanaf de homepage van de website van lareb: klik hier voor het formulier
Bij het meldpuntmedicijnen worden alle meldingen getoond, dus ongefilterd. Wel gaat er een check aan vooraf of de meldingen niet ‘verdacht’ zijn (bijvoorbeeld commercieel gestuurd, beledigend en dergelijke). Bij Lareb worden de meldingen ‘vertaald’ naar relevantie dus daar zijn niet alle integrale meldingen in te zien. Na een aantal jaren met dit systeem te werken, zijn we tot de conclusie gekomen dat:
rechtstreekse meldingen vanuit patiënten een grote meerwaarde hebben
ernstige bijwerkingen eerder worden ontdekt en gerapporteerd
de kwaliteit van de meldingen even goed is als vanuit professionals
de patiëntenervaring een heel andere kleur geeft aan kennis en praktijk dan enkel naar vigilantie of efficiëntie te kijken.
Als het gaat om bijwerkingen dan is het uiteindelijk Lareb dat alle meldingen krijgt (ook van het meldpunt medicijnen) en daar vervolg aan geeft door te rapporteren aan het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en aan de registratiehouders van de geneesmiddelen. Bovendien wordt erover gepubliceerd in vakbladen. Bij het meldpunt medicijnen wordt alles op de website gepubliceerd, wordt terugkoppeling gegeven aan patiëntenorganisaties en aan registratiehouders (bijvoorbeeld over verpakkingen, vergoeding en dergelijke) en in bijzondere gevallen wordt de pers gezocht om aandacht aan een probleem te geven.
Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik
Dutch Institute for Rational Use of Medicine
(hetOnderzoek)Labels: Bijwerkingen vaccinatie |
.
.
17:51  |
|
|
|
|
| Weinig vitamine D is risico voor baby |
Vitaminetekort roept associaties op met 17de eeuwse zeelieden. Toch is het zelfs anno 2011 een gezondheidsrisico.
Onderzoek laat zien dat pasgeborenen met een vitamine D-tekort een grotere kans hebben op ernstige luchtweginfecties.
Artsen van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht publiceren de resultaten in het blad Pediatrics.
Gedurende drie jaar volgden de onderzoekers 156 kerngezonde baby’s.
Bij de geboorte namen ze bloed af en testten het vitamine D-niveau.
De ouders hielden daarna een jaar lang een gezondheidsdagboek bij.
Baby’smet luchtwegproblemen werden onderzocht door een huisarts en ondergingen een virustest.
De helft van de kinderen had te weinig vitamine D. Dit strookt met eerder onderzoek in Nederland waarin voor 27 tot 54 procent tekorten werden gemeten. ‘Het is inderdaad al geconstateerd dat een normaal voedselpatroon niet per se leidt tot een voldoende gehalte aan vitamine D,’ zegt hoofdonderzoeker Louis Bont.
De groep kinderen met een flink te laag vitamineD-gehalte bleek een zes maal zo grote kans te hebben op luchtweginfecties door het RS-virus.
Aangezien vitamine D wordt gevormd onder invloed van zonlicht is het gehalte sterk seizoensgebonden.
De onderzoekers corrigeerden voor geboortemaand,maar ook voor etnische achtergrond en geboortegewicht.Eerder onderzoek wees al op de rol van een gebrek aan vitamine D. Bont hoop dat ‘dubbelblinde’ trials definitief bewijs leveren.
Bont vindt dat zijn resultaten het belang van het slikken van supplementen tijdens de zwangerschap onderstrepen.
‘Daarom krijgen zwangere vrouwen al vitamine D.’ Slechts 54 procent van de onderzochte zwangere vrouwen slikte deze supplementen ook echt de hele zwangerschap.
‘Feitelijk worden kinderen ziek doordat ouders zich niet houden aan de richtlijn.’
(hetOnderzoek)Labels: Gezondheid algemeen, Zwangerschap |
.
.
17:35  |
|
|
|
| maandag 2 mei 2011
|
| US-overheid geeft toe: ‘Veilige’ vaccins doodden 2699 kinderen..! |
‘Veilige’ kindervaccins zijn verantwoordelijk voor maar liefst 2699 dode kinderen in in de afgelopen 23 jaar, zo meldt de Amerikaanse overheid de afgelopen week. ‘Deskundigen’ en wetenschappers blijven volhouden dat vaccins veilig zijn.
Ouders van deze en andere kinderen, van afgerondde rechtszaken, ontvingen schadevergoedingen van maar liefst US$ 110 miljoen. Dit bedrag wordt natuurlijk niet betaald als er geen aanleiding toe is.
Dit nieuws komt deze week, op het moment dat de Japanse overheid haar vaccinatie-programma stop zette, nadat maar liefst 6 kinderen stierven, nadat zij HIB-vaccinaties (meningitus (= hersenvliesontsteking)) hadden toegediend gekregen en inentingen tegen pneumococcen.
De cijfers die nu door de Amerikaanse overheid zijn vrijgegeven, zijn gebaseerd op schade door maar liefst 30 verschillende vaccins, die aan baby’s en peuters werden toegediend. Er is dus geen enkel vaccin feitelijk veilig te noemen. De cijfers komen van het Amerikaanse Ministerie van Gezondheid, en specifiek van het departement van het National Vaccine Injury Compensation Program, dat dus enkele dagen geleden deze cijfers vrijgaf.
In 2010 ontving deze afdeling maar liefst 13.797 aanvragen voor schadeloosstellingen, van gezinnen, die meldden dat hun kind geschaad was door, of zelfs gestorven was aan een vaccinatie.
Hiervan zijn dus inmiddels 2699 gezinnen/ouders gecompenseerd, en de meeste zaken liggen dus nog te wachten op behandeling..! Maar deze 2699 gezinnen zijn dus niet ‘zomaar’ gecompenseerd; er is dus wel degelijk vuur, waar deze heftige rook vandaan komt..!!
DTP-vaccin de grote boosdoener
Het meest gevaarlijke vaccin blijkt het DTP-vaccin te zijn, dat dus sporen bevat van difterie, tetanus en kinkhoest. Op dit vaccin was maar liefst 30% van de klachten van toepassing, 3979 claims, waarvan 696 zaken van overleden kinderen..!
Ondanks alle inspanningen van doktoren om de link tussen vaccins en autisme te ontkennen, blijken er ook 101 toegekende schadegevallen van autisme te zijn; een duidelijk teken dat vaccins WEL DEGELIJK de oorzaak van autisme kunnen zijn.
(hetOnderzoek)Labels: vaccinatieschade |
.
.
12:20  |
|
|
|
|
|
| |