Antwoorden van minister Schippers (VWS) op vragen van het Kamerlid Gerbrands (PVV) over het bericht dat het RIVM een huisarts voor de rechter daagt.
Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Gerbrands (PVV) over het bericht dat het RIVM een huisarts voor de rechter daagt .
(2011Z26168)
1 Herinnert u zich uw antwoord op een eerdere vraag over de dubbele functie van de directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), waarin u aangeeft dat u dubbelfuncties wilt stimuleren? Is het niet juist deze dubbele pet van de directeur die de geloofwaardigheid van het RIVM aantast omdat het de schijn van belangenverstrengeling oproept?
1
Ik herinner mij mijn antwoord op die vraag (2011Z21818 Gerbrands). Zoals ik in het door u bedoelde antwoord heb aangegeven is het (innovatie)beleid van dit kabinet gericht op samenwerking tussen wetenschap, overheid en bedrijfsleven. Dit is goed voor de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek in Nederland, inclusief die van het RIVM, alsook voor de innovatieve kracht en de economie van ons land. Wij stimuleren dit soort dubbelfuncties omdat ze passen in het kabinetsbeleid om de samenwerking in de “gouden driehoek” van wetenschap, industrie en overheid te versterken. Dit is ons inziens de manier om topwetenschappers en toponderzoek in Nederland te houden en niet door een braindrain en meer mogelijkheden elders belangrijk onderzoek en belangrijke innovatieve ontwikkelingen te verliezen aan landen die dit wel zo organiseren.
Ik ben met u eens dat samenwerking met de industrie en andere private partners, juist bij advisering aan de overheid, het risico van belangenverstrengeling of de schijn daarvan vergroot. Ik vind dit echter geen reden om er dan maar mee te stoppen, omdat dan ook de voorgenoemde voordelen van samenwerking wegvallen. Bovendien zijn verschillende sectoren zo klein in Nederland dat de topwetenschappers allemaal op een of andere manier verbonden zijn aan private activiteiten. Voor onze adviezen willen we graag de beste onderzoekers betrekken en hun inbreng mee kunnen nemen.
In plaats daarvan zet ik mij in voor maatregelen om ongewenste afhankelijkheden in de advisering tegen te gaan en zoveel mogelijk (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkómen. Dit houdt in dat er in elk geval volledige transparantie moet zijn over de belangen, over de herkomst van de financiering en over manier waarop adviseurs betrokken zijn bij het onderwerp waarover men adviseert. Dit is absolute voorwaarde voor deze manier van werken en dat geef ik ook gestalte in mijn beleid. Zowel richting ambtenaren van mijn ministerie, inclusief het RIVM, alsook richting de betrokkenen in organen die mij adviseren. Daarnaast worden op verschillende andere manieren waarborgen ingebouwd om eenzijdige advisering vanuit een specifiek deelbelang te voorkomen. Bijvoorbeeld door bepaalde adviseurs geen stemrecht te geven in een commissie, door bij de samenstelling van een commissie te letten op voldoende evenwicht wat betreft vakgebied en achtergrond van de leden of door toetsing van een advies door een tweede onafhankelijke commissie.
Wat betreft de directeur van het RIVM/CIb het volgende. De Secretaris-Generaal van VWS toetst dubbelaanstelling namens mij altijd vooraf op grond van het Algemeen Rijksambtenaren Reglement (ARAR). Dit is ook bij de aanstelling van de heer Coutinho aan de Universiteit Utrecht (UU) gebeurd. Geconcludeerd is dat het dienstbelang en vervulling van het ambt niet belemmerd worden en dat er geen ongewenste afhankelijkheden gecreëerd worden waardoor de kwaliteit van de adviezen in gevaar komt. De discussie over de heer Coutinho illustreert voor mij
wel dat het belangrijk is om informatie over samenwerkingsverbanden actief openbaar en toegankelijk te maken om schijn van belangenverstrengeling zoveel mogelijk te voorkomen. Op de website van het RIVM is er daarom nu bijvoorbeeld een overzicht opgenomen van alle hoogleraren en hun (dubbel)functies.
2
Klopt het dat in het onafhankelijke onderzoek naar de Mexicaanse griep mede de rol van de Gezondheidsraad wordt onderzocht, omdat er sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling?
3
Waarom laat u de wetenschappelijke discussie over de effectiviteit van griepvaccinatie over aan de Gezondheidsraad die nota bene zelf onderdeel is van een onderzoek naar belangenverstrengeling?
Antwoord 2 en 3
Nee. Tijdens het debat over de Mexicaanse griep van 29 september 2011 is begrip uitgesproken voor het politieke besluit om vanuit het voorzorgsbeginsel vaccins aan te schaffen, gegeven het feit dat op dat moment het verloop van de pandemie nog niet voorspeld kon worden.
Uw Kamer heeft zorgen geuit over de wijze waarop de onderhandelingen rond de aanschaf van vaccins, in vervolg op dit besluit, zijn vormgegeven. Uw Kamer vroeg zich daarbij af welke positie de Nederlandse overheid in deze onderhandelingen kon innemen en welke mogelijkheden er zijn om die positie in een toekomstige situatie te versterken. Ook heeft uw Kamer mij gevraagd in kaart te brengen hoe andere landen zijn omgegaan met deze onderhandelingen. Het onderzoek zal zich dan ook richten op deze vragen en niet specifiek op de rol van de Gezondheidsraad. Ik heb ook geen aanleiding om te twijfelen aan de procedures of de integriteit van de Gezondheidsraad.
De Gezondheidsraad hanteert een uitgebreide set procedures om belangenverstrengeling tegen te gaan en deze worden voortdurend tegen het licht gehouden en aangescherpt waar nodig.
Voor de precieze omschrijving van de onderzoeksvragen verwijs ik naar mijn brief van 23 december 20111.Labels: Proces tegen huisarts |